friese rassen logo 01

Nijsgjirrich

It wylde hynder waard tûzenen jierren letter domestisearre as de oare lânbouhûsbisten. Earst gong it foaral om it fleis en de hynstemolke, letter waarden it lûkbisten. 
Noch wer letter leveren se by de kavalery in bydrage oan oarloggen. 
It hynder waard al gau brûkt as riid- en as lûkhynder. Yn 'e Midsiuwen waard de beage útfûn. Dat ferdûbele wat de hynders lûke koene. 
De feehâlderij frege hynders dy't hurd koene, de ikkerbou hie ferlet fan swiere hynders foar de grûnbewurking. Letter waard dat troch trekkers oernommen. Hjoeddedei wurdt it Fryske hynder benammen foar it rekreatyf riden brûkt. Dat it ek noch oars kin, bewiist Augustinus Hoekstra mei syn stoeterij.  

rouwpaard

STOETERIJ   

Augustinus kocht doe't er fjirtsjin wie syn earste hynder dêr't er menwedstriden mei wûn. Twa jier letter kaam der in hynder by. Mei dit span hie er ek súkses. Nei't er yn de Feriene Steaten hynders treend em sjows riden hie, begûn er yn Sibrandabuorren mei in tal Fryske hynders in stoeterij.
De grutter wurdende fraach út it bûtenlân nei Fryske hynders die der oan mei, dat er dêr in eigen hannels- en treningsstâl: FriesiansforExport begûn.
Foarhinne hie men op elts doarp in fuorman dy't mei syn hynder(s) meidie oan bysûndere oangelegenheden. No is dat oars.
It hâlden fan in stoeterij, sa't Hoekstra it docht, komt hast net mear foar. 
Koetsiers binne faak min te finen. It kostet in soad om in stoeterij op gong te bringen en te hâlden. 
De hynders en it reau moatte der tiptop útsjen en dus ekstra fersoarge en poetst wurde. 
Dan noch it ferfier nei it plak dêr't de hynders en it reau ynset wurde. Wer thús moat alles opromme en skjinmakke wurde. Mei de wachttiden der by rekkene, kostet dat in hiele dei. 
Dochs is Augustinus net fan plan der mei op te hâlden. Wat as leafhabberij boegen, wurdt mei leafde foar it Fryske hynder fuortset. 
Hoekstra en syn heit fersoargje ek rou- en troukoetsen.
Winners op Thialf yn It Hearrenfean wurde mei in belslide oer it parkoers riden.  

 winnaars

OARE TAPASSINGS  

Oare foarmen fan it wurkjen mei Fryske hynders binne de quadrille, it riden yn dressuer en ride mei fjouwerspannen en mearspannen. 
Janneke, Augustinus syn frou, docht mei oan ringstekwedstriden. 
Sûnt 2010 binne beide ek aktyf yn de túchsport. Sa ha se meidien oan de grutte sjow 'Faderpaard' en oan de jubileumsjow by it 130-jierrich bestean fan de 'Koninklijke Vereniging Fries Paardenstamboek'.
De Hoekstra's ride regionaal en nasjonaal.

In de fryske hounen het bericht dat er gestreefd wordt naar het samengaan van de landelijke vereniging voor stabij- en wetterhounen (NVSW) en 'Onze Stabijhoun'. Beide verenigingen hebben nagenoeg hetzelfde fokreglement en streven dezelfde doelen na. Wel zijn er nog een aantal knelpunten, zoals ook bij het eventueel samengaan van de NVSW met de 'Wetterhounvereniging Nederland' (DWVN). 

De Zwartbles biedt plek aan een foto van een gans die een Zwartblesschaap nooit verder verlaat dan anderhalve meter.
Na een tijd van gedwongen 'scheiding' door verweiding of lammertijd, wordt de ooi door de gans herkend uit een dertigtal schapen en wordt de gezelligheid weer opgezocht.
Maar goed dat het aanhouden van de anderhalve meter niet van toepassing is op schapen en ganzen. 

De landgeit leeft op facebook staat te lezen in De Nederlandse Landgeit. De pagina wordt gevolgd door 245 mensen. Dan is er nog een pagina 'De Nederlandse landgeit'. Deze heeft 500 leden. Hierop wordt flink gepost, gediscussieerd, foto's gedeeld en meer. Onderwerpen zijn onder meer: afrastering, oormerken, virusvrije geiten en bomen in de wei. Een app om geiten voor natuurbegrazing beter te benutten, wordt veel gebruikt. 

Nummer 76 van It Ark, het verenigingsblad van de Friese Vereniging voor landbouwhistorie, is vrijwel geheel gewijd aan het wel en wee van het gemengd bedrijf van de familie Oosterbaan aan de Oudebildtdijk. Er wordt een beeld gegeven van de veranderingen die er vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot en met het jaar 1976 hebben plaatsgevonden. 
Uit de beschrijving blijkt dat Friese rassen en gewassen daarbij nauwelijks een rol hebben gespeeld. 

In de Nieuwsbrief van de Friese Hoenderklub het bericht dat er bij 'De Naturij' in Drachten een fokcentrum voor de Friese krielen is ingericht. De Foktechnoische Commissie van de Hoenderclub waakt over de kwaliteit van de dieren. Daardoor krijgen de afnemers van broedeieren, eieren van fokzuivere dieren. Het nieuwe fokcentrum vervangt het centrum bij 'It Griene Nêst' in Sumar dat door de huidige eigenaars werd opgeheven.  

De Stamboeker, het ledenblad van het 'Fries Hollands Stamboek' biedt een uitgebreide beschrijving van het aantal Friese Roodbonten dat in 2020 uitgroeide tot 778 koeien, het hoogste aantal sinds 1997, toen er nog slechts 17 geregistreerde raszuivere dieren over waren. In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren er vele duizenden. Het bestuur ziet ook in het buitenland een toenemende aandacht voor het sperma van dit ras. Het is uiterst geschikt voor bedrijven waar alleen met gras gevoerd wordt. Het ras heeft een fijn karakter dat past bij hobby- en zorgboerderijen. Volgens Durk Durksz, de voorzitter van de stichting, lijkt het een trend te worden om Friese Rode stieren te gebruiken op Holsteinbedrijven. 

In de zwartbles-info, een uitgave van de zwartbles-fokkersgroep, een bericht over een Whatsapp waarmee maatjes nieuwe leden op weg kunnen helpen. Alle leden en donateurs van de fokkersgroep kunnen zich aanmelden voor deze groep. In het blad van de fokkersgroep wordt veel aandacht besteed aan de introductie van nieuwe leden. 

FRIESE SCHAPERASSEN IN HET BUITENLAND 

De beide Friese schaperassen worden ook in het buitenland aangetroffen.
Zo lopen er Zwartblessen rond in België en Denemarken. Engeland telt meer schapen van dit ras dan in Nederland. 

sckapeninschotland

In Schotland is een fokkerij waar zo'n 200 Friese Melkschapen worden gehouden. 

IERLAND HERBERGT FRIESE ZWARTBONTEN 

In Ierland lopen zuivere Fries-Hollandse Zwartbonten. De populatie heeft het ook hier de laatste twintig jaar niet makkelijk gehad. Er zijn nog ongeveer drieduizend zuivere dieren (>87.5%). 
Het Ierse stamboek maakt geen onderscheid tussen Fries-Hollands en Holstein-Friesian. Alle koeien met meer dan 87,5% Friesian worden volgens de Europese verordening als pure Friesians beschouwd. Op die manier is er een bredere genenpoel om uit te kiezen.
In Ierland wordt de Friesian vooral gewaardeerd vanwege de probleemloze manier van produceren en de hoge gehaltes. Toch zijn veel veehouders overgestapt op een kruising van Holstein-Friesian en Fries-Hollands. Dat levert een hogere 'Economic Breeding Index' op, in vakbladen wordt daar erg op gehamerd. 
De veehouders met "zuivere" Friesians zijn altijd op zoek naar verbeteringen. Men wil graag hoogtemaat toevoegen en de melkgift vermeerderen. 
De bloedlijnen van Nederlandse FH-runderen hebben in Ierland veel invloed gehad. De stieren van dit ras dragen bij aan in Ierland gebruikt sperma. 

firodaHWT twink2

FRIESE ZILVERPELLEN IN ESTLAND  

Het bestand Friese Zilverpellen (Fries: Wytweiten) in Estland neemt volgens een door ene Jeroen in de Nieuwsbrief van de Friese hoenderclub afgedrukte mail gestaag toe. Vanaf 2016 zijn er tot nu toe 359 kuikens geboren. De helft daarvan was uiteraard haan. Behalve bij Jeroen zijn er Zilverpellen bij zes andere liefhebbers. Eén daarvan is een ecologische boer. Hij heeft nu vijftig Zilverpellen, maar wil er honderd voor eierenproductie. Naast de door de Jeroen gesignaleerde 359 exemplaren zijn er denkt hij dit jaar nog zo'n 140 kuikens in Estland geboren.
De Estlandse hoendervereniging nodigde uit om in afgelopen september een kip en een haan naar een tentoonstelling te sturen. Door de coronapandemie is dat dit jaar mislukt. 

zilverpelinEstland2 

 

Het ras huttentut of dederzaad is door het Werkverband om meerdere redenen uitgeroepen tot ras van het jaar.


Huttentut of Dederzaad (Camelina sativa) wordt over het gehele Noordelijk halfrond in verwilderde toestand aangetroffen. Mogelijk is de oorsprong West-Azië.

Omdat het al op de terpen voorkwam, kreeg het gewas ook een plek in de collectie van het Werkverband Friese Rassen.
js huttentutDe bloem van de plant wordt door insecten bezocht, vooral voor bijen bevat deze een hoeveelheid nectar. Ook de mens gebruikte de plant. Zo kan men uit de zaden, net als koolzaad en raapzaad, olie persen. Behalve voor olielampen, werd dit als spijsolie en soms als smeermiddel gebruikt. De stengels van de plant zijn geschikt voor het maken van bezems. Kleine stukjes van de plant werden vroeger gebruikt als schuurspons. 
Huttentut is geschikt voor betrekkelijk arme of licht verzilte grond.
Het is niet nodig om de akker te ploegen, het zaad rkan echtstreeks aangebracht worden. Stikstof is nauwelijks nodig. Het gewas is niet ziektegevoelig. Het heeft weinig water nodig. Het is een geschikte groenbemester en bodemverbeteraar, door diepe beworteling komen mineralen omhoog. Het kan als mengcultuur heel goed met de teelt van graan, erwten en klaver gecombineerd worden. Het voorkomt daardoor ziektes. 
Meer recent wordt de geperste olie, met als bestanddeel antioxidanten, omega-3-vet en rijkelijk vitamine E zuren, als saladedressing gebruikt. De zaadjes bevatten ook omega-6 en omega-9. De olie is ongeschikt voor bakken en braden. Industrieel wordt het gewas onder meer bij de verfbereiding op natuurlijke basis en als cosmetica gebruikt.    
De naam van het gewas wordt door sommigen in verband gebracht met het oude woord huttegetut, wat zoiets als klein grut betekent. De Friese benaming rijsied heeft als reden dat het gewas overvloedig kleine zaadjes levert.  
Alle genoemde positieve eigenschappen vormden voor het Werkverband aanleiding de Huttentut of Dederzaad tot gewas van het jaar te bestempelen. Het Werkverband vraagt zich af waarom het gewas vrijwel verdwenen is. Maar niet getreurd, Tseard Wilman uit EE is van plan het in 2019 in een grotere hoeveelheid te gaan verbouwen.